De bevalling

De bevalling 

Na negen maanden zwangerschap is daar eindelijk jouw uitgerekende datum. De bevalling kan nu ieder moment op gang komen. De bevalling verloopt in 5 fases. Uiteraard verloopt een bevalling niet altijd ‘volgens het boekje’. De kans is groot dat als je aan het bevallen bent, je je totaal niet bewust van de verschillende fases.

1e fase – de latente fase

De bevalling wordt aangekondigd door weeën. In deze fase komen de weeën nog niet regelmatig, maar ongeveer elke 5 tot 10 minuten. In deze eerste fase ontstaat 3 tot 4 centimeter ontsluiting. Het kan nog even duren voordat je in de tweede fase zit. Bij een eerste baby duurt deze fase gemiddeld 8 uur.

 

2e fase – de actieve ontsluitingsfase 

Wanneer de weeën elkaar steeds sneller beginnen op te volgen weet je: de tweede fase is begonnen. Elke 5 minuten komen de weeën terug en deze duren steeds langer. Je zal nu je volle aandacht nodig hebben om de weeën op te vangen. Je vliezen kunnen breken en de ontsluiting loopt op tot 8 cm. Mocht je het nog niet gedaan hebben, dan is dit het juiste moment om de volgende zaken met je partner te bespreken:

  • Hoe kom je op de plek waar je wilt bevallen?
  • Moet de verloskundige worden ingeschakeld?
  • Moet er eventueel een geboortebad worden gevuld?
  • Als je pijnbestrijding wilt, is dit hét moment om dit aan te geven in het ziekenhuis.

 

3e fase – de overgangsfase

De laatste ontsluitingsfase. Je gaat van 8 cm naar de volledige 10 cm ontsluiting. Het kan zijn dat je al persdrang hebt, maar wanneer je nog geen volledige ontsluiting hebt, mag je nog niet persen. De weeën worden intenser en komen sneller na elkaar. Het echte ‘wegpuffen’ mag beginnen.

 

4e fase – de uitdrijvingsfase

Tijdens de uitdrijvingsfase krijg je persweeën. De drang om te persen wordt groter, maar de verloskundige bepaalt wanneer je echt mag persen. Na flink wat persen zal in deze fase de baby uiteindelijk geboren worden. 

 

5e fase – de nageboorte 

Ook de placenta moet het lichaam verlaten, dit gebeurt tijdens de nageboorte. Als de nageboorte goed verloopt,dan is dit na een paar keer persen gebeurd. De arts of verloskundige controleert de placenta goed, zodat ze zeker weet dat deze compleet is en de baarmoeder mooi schoon achterblijft. Zij doen dit om latere complicaties te voorkomen. Ook de navelstreng wordt goed gecontroleerd of deze drie vaten heeft. Mocht dit niet zo zijn, dan wordt er vervolgonderzoek uitgevoerd. De baarmoeder krimpt uiteindelijk naar de oorspronkelijke vorm, wat zorgt voor naweeën.

 

Manieren van bevallen 

Bevallen kan op verschillende manieren. Vaak worden deze houdingen ook tijdens de bevalling afgewisseld. Er is geen manier die beter is dan de andere: het hangt er maar net vanaf wat jij op dat moment prettig vindt. Hieronder beschrijven we verschillende bevalhoudingen en hulpmiddelen. 

 

Rugligging

De meest voorkomende bevalling is de rugligging. Door op je rug te liggen geef je de verloskundige de beste mogelijkheid om de bevalling goed te kunnen zien en begeleiden. 

 

Op handen en knieën 

Leunend op handen en knieen bevallen geeft de minste druk op je onderrug. 

 

Baarkruk

De baarkruk is een kruk dat nog het meest weg heeft van een toilet. Aan de voorkant en het midden zit een gat. Dankzij de zittende houding, werkt de zwaartekracht een handje mee tijdens de bevalling. 

 

Bevallingsbal

Beter bekend als een fitnessbal. Het kan prettig zijn om de weeën weg te puffen terwijl je op de bal zit of hangt. 

 

Bad bevalling 

Het warme water van een bad kan ontspannend werken. Een bevalbad kan je gemakkelijk huren. Wanneer je voor een poliklinische bevalling kiest is daar vaak ook de mogelijkheid om in bad te bevallen. Bij een ziekenhuisbevalling met een medische indicatie is dit vaak wat lastig. Overleg daarom met je verloskundige of gynaecoloog wat de mogelijkheden zijn.